Articles

Het antwoord op de allergrootste vraag: waarom is er iets in plaats van niets?

In een ideale wereld zou elke buitengewone filosofische vraag vergezeld gaan van een buitengewoon verhaal over hoe iemand op het idee kwam. Helaas kunnen we alleen maar gissen naar wat een Duitse filosoof, tegenwoordig misschien het bekendst vanwege de later naar hem genoemde Choco Leibniz-koekjes, ertoe bracht te bedenken wat vaak wordt omschreven als de grootste filosofische vraag aller vragen, namelijk: waarom is er iets in plaats van niets?

De filosoof was Gottfried Wilhelm Leibniz, de man die ons ook de calculus en het binaire systeem in het hart van de moderne computers heeft nagelaten. Hij stierf 300 jaar geleden, op 14 november 1716.

Gottfried Wilhelm Leibniz.

Vele vroegere denkers hadden zich al afgevraagd waarom ons universum is zoals het is, maar Leibniz ging een stap verder en vroeg zich af waarom er überhaupt een universum is. Dit is een uitdagende vraag omdat het heel goed mogelijk lijkt dat er helemaal niets was – geen aarde, geen sterren, geen sterrenstelsels, geen heelal. Leibniz dacht zelfs dat niets “eenvoudiger en gemakkelijker” zou zijn geweest. Als er helemaal niets zou hebben bestaan, zou er geen verklaring nodig zijn geweest – niet dat er iemand zou zijn geweest om om een verklaring te vragen, natuurlijk, maar dat is een andere zaak.

Leibniz meende dat het feit dat er iets is en niet niets, een verklaring vereist. De verklaring die hij gaf was dat God een universum wilde scheppen – het best mogelijke universum – waardoor God de eenvoudige reden is dat er iets is in plaats van niets.

In de jaren na Leibniz’ dood is zijn grote vraag filosofen en wetenschappers blijven bezighouden, hoewel het in een steeds meer seculiere tijd niet verbazend is dat velen huiverig zijn geworden voor het aanroepen van God als het antwoord op die vraag.

Kwantumgoden

Eén soort antwoord is te zeggen dat er iets moest zijn; dat het onmogelijk zou zijn geweest als er niets was geweest. Dit was de opvatting van de 17e eeuwse filosoof Spinoza, die beweerde dat het hele universum, met al zijn inhoud, wetten en gebeurtenissen, moest bestaan, en wel op de manier zoals het bestaat. Einstein, die zichzelf tot een aanhanger van Spinoza’s filosofie rekende, schijnt er een soortgelijke opvatting op na te hebben gehouden.

Andere wetenschappers, zoals de theoretisch natuurkundige Laurence Krauss in zijn populistische boek A Universe from Nothing (2012), bieden een meer genuanceerde versie van dit antwoord op Leibniz’s grote vraag. Krauss beweert dat ons universum op natuurlijke en onvermijdelijke wijze is ontstaan uit de werking van de zwaartekracht op het kwantumvacuüm, een lege ruimte die wemelt van virtuele deeltjes die spontaan ontstaan en daarna weer verdwijnen. Krauss’ theorie impliceert dat er niet niets kan zijn geweest omdat er altijd iets is geweest: eerst was er de zwaartekracht en het kwantum vacuüm, en daaruit is het heelal geboren zoals wij dat kennen.

Andere theorieën in de kosmologie lijken ook te veronderstellen dat er altijd iets moet hebben bestaan waaruit ons universum is ontstaan, zoals snaren of membranen.

Het probleem met dergelijke wetenschappelijke antwoorden op de vraag “waarom er iets is en niet niets” is dat het niet duidelijk is waarom we zouden moeten denken dat er zwaartekracht moest zijn, of het kwantum vacuüm, of snaren, of zelfs überhaupt een heelal. Het lijkt heel goed mogelijk dat er in plaats van deze dingen helemaal niets zou zijn geweest.

Welke vraag?

Een ander antwoord op de grote vraag van Leibniz is eenvoudigweg te ontkennen dat er een antwoord op is. De filosoof Bertrand Russell volgde deze lijn in een beroemd radiodebat in 1948. Hem werd gevraagd waarom hij dacht dat het universum bestond, en hij antwoordde: “Ik zou zeggen dat het universum er gewoon is, en dat is alles”.

Op deze manier zou het universum zijn wat filosofen een bruut feit noemen – iets dat geen verklaring heeft. Russells punt was niet dat de mens nog niet had verklaard waarom er iets is in plaats van niets, maar dat er geen mogelijke verklaring is. Degenen die geloven dat ons universum deel uitmaakt van het grotere multiversum volgen ook deze lijn, waarbij zij suggereren dat het multiversum – en dus ook ons universum – geen uiteindelijke verklaring heeft. Hoewel het nu een populair antwoord op de grote vraag van Leibniz is om te zeggen dat het universum uiteindelijk onverklaarbaar is, heeft het het nadeel dat het intellectueel onbevredigend is (hoewel dat natuurlijk niet betekent dat het antwoord onjuist is).

Het meest nieuwe antwoord op de grote vraag van Leibniz is te zeggen dat ons universum bestaat omdat het moet bestaan. De gedachte hier is dat alle mogelijke universa een aangeboren neiging hebben om te bestaan, maar dat sommige universa een grotere neiging hebben om te bestaan dan andere. Het idee is eigenlijk van Leibniz, die de gedachte koesterde dat er een strijd om het bestaan zou kunnen zijn tussen mogelijke werelden, waarbij de allerbeste aan de top zou komen als door een proces van virtuele natuurlijke selectie. Uiteindelijk aanvaardde hij dit idee niet, en trok zich terug op de meer traditionele opvatting dat het universum bestaat omdat God ervoor koos het zo te maken.

Het idee van een virtuele strijd tussen mogelijke universa heeft sommige moderne filosofen echter aangesproken, die het tot zijn logische conclusie hebben gevolgd en hebben beweerd dat het mogelijke universum met de grootste neiging tot bestaan – wat zou kunnen zijn omdat het het beste is, of omdat het een of ander belangrijk kenmerk bevat zoals de voorwaarden die het ontstaan van leven mogelijk maken – zichzelf feitelijk tot bestaan zal brengen.

Volgens deze theorie wordt ons universum actueel, niet omdat God of iets anders het zo heeft gemaakt, maar omdat het zich letterlijk uit het niet-bestaan heeft opgeheven en zichzelf actueel heeft gemaakt. Vreemd? Ja. Maar we moeten ons daardoor niet laten afschrikken. Immers, een buitengewone filosofische vraag zou wel eens een buitengewoon antwoord kunnen vergen.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.